zondag 15 juni 2008

KANT

De minnaar ziet met gloeiblikken
ergens bovenaan mijn rechter dij
het donkerbruine randje kant
(ik doe nog nonchalant…).
‘Laat me je bekijken’

Lichte buiging van zijn arm.
Hand en vingers tasten traag
(maar gestaag…)
naar strookje lichte vrouwenhuid
(aan de rand van ’t kant).

Dit is het sidderende moment
op de grens van ja en nee.
Wordt het erop of eronder
met zijn hand en het kant
op mijn dij?
(en met mij?).

Geen opmerkingen: